De toekomst is niet weg, de plannen zijn weg

De toekomst is niet weg, de plannen zijn weg

mei 14, 2020 0 Door admin

In de catalogus die ik ongevraagd krijg toegestuurd van een modebedrijf zie ik een bloesje. Ach, zo’n heerlijk zomers bloesje! „Voor als ik straks weer in Griekenland ben”, denk ik. Het model poseert trouwens duidelijk ook ergens in Griekenland, op een eiland, Santorini?

Ik zou liever op Naxos zijn – en meteen zie ik mezelf op een terras zitten in de ochtend. Ik zit in de schaduw, voor me een frappé – ijskoffie met een rietje –, er is wat bedrijvigheid van dorpelingen, het licht is helder en stralend op het wit van bootjes, zonlichtkringels in het doorzichtige blauwgroen van de zee, stemmen die elkaar goedemorgen toeroepen, de geur van een dieselmotortje, van opgerolde zilte trossen touw en netten, van een taartjeswinkel – ja, dat bloesje! Dat moet ik hebben!

En dan ineens weet ik het weer: Griekenland is buiten bereik.

De toekomst is buiten bereik.

Kleren kopen heeft, net als bijna álles wat je koopt, iets met verwachting te maken: bij welke gelegenheid je die jurk zult dragen, waarheen je zult rijden in die auto, hoeveel meer je in de trein van muziek zult genieten met die koptelefoon, hoe je zult wandelen op die schoenen (in Griekenland!).

Soms blijk je je lelijk vergist te hebben in je voorstelling, omdat je er eigenlijk iets te veel aan toegevoegd had – dat je zelf een beetje anders zou worden vooral. Het kookboek verlangde iemand die zich wél in de Japanse keuken zou verdiepen. De koptelefoon iemand die altijd een heel grote tas bij zich zou hebben.

Maar meestal breekt het moment waarop je daadwerkelijk geniet van de aankoop gewoon aan. Daar reken je ook op. En dat geldt niet alleen voor aankopen, je hebt er helemaal geen erg in hoezeer je in de toekomst leeft – totdat de toekomst weg is.

Nu ja weg, weg – het is niet zo dat we er allemaal aan gaan. Maar het is nu moeilijk, zo niet onmogelijk om je een voorstelling te maken van hoe de toekomst eruit gaat zien.

En het is vrij zeker dat dat voorlopig niet in overeenstemming zal zijn met de voorstellingen die we er ons tot voor kort van maakten – hoe verschillend die voorstellingen dan ook per persoon waren. Nu pas merk je hoezeer je altijd leeft met zoiets als toekomst. Zelfs als je denkt dat je dat niet doet.

Bij slechte verwachtingen schakelen we de toekomst uit. „We leven bij de dag”, zeggen mensen die met een onvoorspelbare ziekte te maken hebben of die net door een ramp getroffen zijn. Wie een geliefde betreurt, denkt bij voorkeur niet aan de jaren die komen. Daar is niets te zien, niets anders dan een leegte die niet meer weg zal gaan. Dat jaagt alleen maar angst aan.

Maar zelfs als je iemand mist, merk je hoe vaak je in gedachten een sprongetje vooruit maakt. „Als R. hier weer komt”, hebben je gedachten al gedacht – en zich voorgesteld hoe hij hier zal zitten, ze hebben hem zelfs al iets horen zeggen, de bekende klank van zijn stem maar nee.

R. is er niet meer – nooit meer, in geen enkele toekomst. Alsof je gedachten dat niet weten. En dat weten ze ook niet. Ze hollen steeds vooruit, als een hond waarmee je een wandeling maakt, steeds vooruit en dan weer terug naar de baas. Tegen zo’n hond kun je ook niet zeggen: ‘Niet vooruitlopen!’

Dus ik blader door een kookboek en denk: ja, dát ga ik maken als X en Y komen – oh nee, die kunnen niet komen.

Het lege staren naar je spaarrekening – wat heb ik daarbij gedacht. En wat stelt dat bedrag voor, straks? Waar zal ik het voor nodig blijken te hebben?

Het al zoveel jaren voorgerekende pensioen – hm. We zullen zien.

En wanneer, oh wanneer zal ik mijn arm weer heen slaan om een vriendin, mijn moeder, mijn broers? Ik voel de smalle schouders, de woordeloze bescherming die je iemand even belooft. Maar dat ligt allemaal de andere kant op: in het verleden.

„Mensen worden niet in verwarring gebracht door de gebeurtenissen, maar door hun opvattingen over de gebeurtenissen”, schreef Epictetus. Dat lijkt nogal wiedes, want wat is een gebeurtenis als je er geen opvattingen over hebt. Is het dan wel een gebeurtenis? Epictetus bedoelt waarschijnlijk dat je de mogelijkheid hebt om ándere opvattingen te hebben dan de opvattingen die je in verwarring brengen.

Dus probeer nu niet allemaal opvattingen te hebben over een verdwenen toekomst – gewoon bij de dag leven. Niet overal langsracen op weg naar iets dat verderop in de tijd ligt, ik heb haast, ik ben aan de gang, ik moet iets bereiken. Niet dat ik mezelf zo zag, het zijn altijd de anderen die zo leven. En dat keur je dan af, maar intussen.


Lees ook in onze serie interviews ‘Wat maakt het leven de moeite waard?’: ‘Nu kan juist de mindset van een kunstenaar helpen.’

Dat verheugen op wat zou komen, ook in het vage en abstracte: is dat hoop?

Nee toch, denk ik: het is vitaliteit. En die kun je nog steeds wel vinden. Nooit eerder heb ik me gerealiseerd hoezeer een tuin een verwachtingsmachine is. Je plant en zaait en wiedt en knipt: allemaal met het oog op straks. Straks als het gras opkomt, straks als de dahlia’s bloeien, de bieten geoogst kunnen, de pruimen aan de boom hangen. Straks als er bloei is, als dat paadje er mooi bij ligt, als ik het terras heb opgeruimd – en dan zet ik dáár een pot met bloeiende planten en dan gaat die hortensia bloeien. Allemaal levenslust.

Dat verheugen op wat zou komen, ook in het vage en abstracte: is dat hoop?

Maar nog geen levenskunst, want die bestaat eerder uit leren genoeg te hebben aan wat er is. Op elk moment tegen jezelf te kunnen zeggen: ik heb alles wat ik nodig heb. Waar het je ook aan ontbreekt, herhaal: ‘Mij ontbreekt het aan niets’. Want ik heb innerlijke rust. Ik aanvaard het lot.

Nu ja, dat is wel een beetje veel gevraagd. Al levert zo denken ook weer veel op, dat is waar. Gewoon om je heen kijken, zien hoe een groenling gulzig pinda’s eet, hoe de miezerige plukjes groen in de tuin uitgroeien tot flinke bladeren, hoe de kleur in de wereld totaal is veranderd nu het voorjaar heeft toegeslagen, van grijs en bruin en zompig tot van getierelier vervuld fris groen en blauw, dat op een of andere manier zo enorm beloftevol is – zie daar heb je het alweer: de toekomst. Want wat voor belofte anders dan van toekomstig leven doet de natuur?

“>

Illustratie NRC

Maar die toekomst, dat is het grote verschil, is niet weg. Die is juist geruststellend onveranderd. Het lupineblad dat uitgroeit belooft bloei – en er is geen reden te denken dat die niet zal komen. De tulpen zijn aan het uitbloeien, de kastanje heeft kleine kronen in ontwikkeling genomen, de blaadjes hangen er nog wat slap en pasgeboren bij maar die worden straks stevige vijfvingerigheden. Blauwe mereleitjes beloven zo het een en ander. Het leven belooft altijd van alles.

Het is alleen maar een kwestie van geduld, in rustige afwachting zijn, vervuld van de zekerheid dat er leven is – en ontwikkeling ook.

Maar geduld is moeilijk. Niet voor bomen en planten, al kun je dat natuurlijk geen geduld noemen. Je kunt het wel léven noemen. Er komt een zomer, er zal groen blad zijn, de eitjes zullen uitgevlogen zijn, de lathyrus zal geuren en stille, lichte zomerhemels staan als een koepel over het wijde land. Kerkklokken beieren over de stad, het grachtenwater geurt naar gracht. Rustige afwachting en je groeit vanzelf mee die kant op.

Bovenal: de toekomst is niet weg, de plánnen zijn weg. Dat is iets heel anders. En het is misschien zaak om naar binnen te keren, niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk.

Dat verlangen naar Griekenland, waarom zou je dat verlangen noemen? Waarom niet: herinnering? Want dat is het toch ook, ik weet precies wat ik me voor moet stellen en wat ik zou ruiken. En in plaats van dat om te zetten in een onrustig verlangen naar een hernieuwde beleving zou ik ook kunnen zeggen: dit heb ik. Dit neemt niemand mij meer af.

Die beroemde schatkamers van het geheugen, we hebben ze toch gewoon echt. Niemand is arm die een beetje verbeeldingskracht heeft en in zichzelf weet af te dalen. Ik lees Rilkes Briefe an einen jungen Dichter – we zijn geen jonge dichter maar dat neemt niet weg dat daarin veel behartigenswaardigs staat over wat men in zichzelf kan beleven. En over geduld ook, dat wil zeggen: over geduldig bestaan. „Rijpen als een boom, die zijn sappen niet dwingt en gerust in de voorjaarsstormen staat zonder de angst dat er daarna geen zomer zou kunnen komen. Die komt wel.”

Dat gaat over innerlijke ontwikkeling, en meer in het bijzonder over de ontwikkeling van de kunstenaar, maar het gaat misschien ook wel over ieders leven. De toekomende tijd groeit uit de grond en aan de bomen. En in mij, in ieder van ons, ieder voor zich.

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


NRC Handelsblad
van 9 mei 2020

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


nrc.next
van 9 mei 2020

Lees meer over hoe CBD Olie kan helpen met uw hond op MHBioShop.com

 

Lees Meer