Esther Vergeer: ‘Wie ben ik zonder mijn racket? Dat was lang de vraag’

Esther Vergeer: ‘Wie ben ik zonder mijn racket? Dat was lang de vraag’

september 18, 2020 0 Door admin

‘Is dit de enige manier om binnen te komen?” Esther Vergeer zet haar rolstoel op de rem voor het etablissement aan de rand van het Amsterdamse Bos. „En wat als ik naar de wc moet?”

Er was een aparte kamer gereserveerd, maar die is alleen toegankelijk via een kleine verhoging aan de buitenzijde. Het idee was om Vergeer met rolstoel en al over die drempel te tillen, maar daar voelt zij weinig voor. „Zullen we buiten gaan zitten?”

De oud-rolstoeltennisster is het gewend; ze betreedt wel vaker openbare ruimtes via keukens en goederenliften. „Laatst beklom ik op mijn kont een hoteltrap. Mijn vriend en ik gingen een weekendje weg, maar er bleek geen lift. Best gênant, want ik droeg een rok. Daar werd ik chagrijnig van.”

Het is niet dat ze een statement wil maken – kijk mij eens worstelen op die trap – maar ze hoopt wel dat de kok en receptionist die haar rolstoel naar boven droegen, erover napraten.

Esther Vergeer (39) is een doordouwer. Wie haar lichamelijke rampspoed overziet – drie hersenbloedingen als kind door een afwijking in haar bloedvatenstelsel, een dwarslaesie, en begin dit jaar de diagnose borstkanker – verwondert zich over haar strijdlust. „Juist die tegenslag geeft haar een enorme drive”, zei een bekende. „Ze wil overleven.”

In 2013 zette Vergeer een punt achter haar tenniscarrière. Ze verdeelt haar tijd nu tussen het directeurschap van het ABN Amro rolstoeltennistoernooi in Rotterdam en haar werk als chef de mission van Paralympic TeamNL. Ook is er de Esther Vergeer Foundation, die de positie van kinderen met een lichamelijke beperking wil verbeteren door middel van sport.

Na je diagnose volgde de coronacrisis. En met hulp van een draagmoeder kreeg je vorig najaar ook nog een dochter. Een turbulente tijd.

„Turbulent en leerzaam. Door de kanker kan ik mij beter voorstellen hoe mijn ouders mijn dwarslaesie hebben ervaren [door een mislukte rugoperatie raakte zij als 8-jarige vanaf haar middel verlamd]. Je wordt geconfronteerd met iets waarvan je geen idee hebt wat het inhoudt, maar waarvan je voelt dat het een enorme impact op je leven kan hebben.”

In je biografie staat een hartverscheurende kinderfoto waarop je op je buik in een ziekenhuisbed ligt. Wierp de borstkanker je terug in die tijd?

„De onmacht, ja. Dat iemand, of iets, het volledig overneemt. Ik vind het moeilijk naar die foto te kijken. Ik zie veel pijn bij dat meisje. Mijn moeder was in die tijd dag en nacht bij me, mijn vader probeerde de ziekenhuisbezoeken te combineren met zijn baan en mijn broer werd vaak ondergebracht bij een vriendin van de familie. In die foto zie ik dat allemaal terug.”

Heb je iets aan die jeugdervaring gehad toen je ziek werd?

„Ik denk het wel. Ik wist dat ik goed kan omgaan met tegenslag, met verandering. Dat maakt het makkelijker met zo’n onverwachte boodschap – ‘slecht nieuws, Esther, je hebt borstkanker’ – te dealen.”

Marie-Louise Lemmen, directeur van de Esther Vergeer Foundation, zei: ‘Ze benaderde haar ziekte als een topsporter. Eerst het slechte nieuws incasseren, daarna meteen de blik op het einddoel.’

„De uitslag van een biopt laat anderhalve week op zich wachten, dan knijp je ’m wel. Maar toen duidelijk was dat er geen uitzaaiingen waren, kon ik me overgegeven aan de experts. Met maar één doel: beter worden.”

Je hebt nooit gedacht: waarom ik?

„Vanwege de ziekte?”

Vanwege alles.

Ze zucht. „O, jawel, regelmatig. Soms ben ik te moe om te vechten. Dan dompel ik me onder in zelfmedelijden.”

Hoe kom je daar weer uit?

„De steun van mijn vriend, ouders, broer en vriendinnen is heel belangrijk voor mij. Ze laten me inzien dat ik heel veel kan.”

Ze komt uit een „gemiddeld gezin”. Moeder was verpleegkundige, vader brandweerman. Ze hadden een hond en gingen één keer per jaar kamperen.

Hoe haar leven eruit zag voor haar handicap kan ze zich vaag herinneren. Buiten spelen, belletje trekken, zwemmen in de zomer. Ze koppelt haar handicap niet aan pijnlijke herinneringen. Er is geen leven voor en na.

Tijdens haar derde hersenbloeding was ze alleen thuis met haar drie jaar oudere broer Sander. Ze waren aan het stoeien en ze knalde met haar hoofd tegen een muur. Ze moest overgeven, waarop Sander in paniek hun oma belde. Die belde de ambulance.

Je broer kan zo de plek in jullie huis aanwijzen waar het gebeurde. Hij heeft nog lang met een schuldgevoel rondgelopen.

„Weet je dat ik dat pas hoorde toen ik aan mijn biografie [Esther Vergeer. Kracht en kwetsbaarheid, 2013] werkte? Sander heeft lang gedacht dat het zijn schuld was dat ik in het ziekenhuis lag. In zijn herinnering had hij me geduwd en was ik tegen de muur gebotst.”

Wat zei je tegen hem?

„Doe even normaal. Blijkbaar had hij het heel groot gemaakt. Ik hoop dat hij er niet dagelijks mee heeft geworsteld.”

“>
„Mijn functies als toernooidrecteur en chef de mission zijn rollen, taken. Dat is niet wie ik ben.”

Tijdens het herstel in het revalidatiecentrum kwam Vergeer met rolstoeltennis in aanraking. Ze bleek aanleg te hebben, en ging al snel competities spelen. Tussen 2003 en 2013 was ze onverslaanbaar en won ze zeven keer paralympisch goud. Ze werd meermaals onderscheiden.

Hoe belangrijk was sport voor jouw vorming?

„Voor ieders vorming is sport belangrijk, maar bij mij tikte het dubbel aan. Ik leerde mijn handicap accepteren, werd krachtiger in mijn armen en als persoon onafhankelijker.”

Zonder het rolstoeltennis was je een ander mens geweest?

„Ik denk het wel. Het racket gaf veel zelfvertrouwen, ik voelde me een powervrouw. Op de baan had ik de macht. Dat gaf houvast.”

Wie is Esther Vergeer zonder racket?

„Dat was, eh, wel lang de vraag.”

Heb je het antwoord gevonden?

„Dat weet ik niet. Wat moet ik op mijn visitekaartje zetten? Ik ben er nog niet uit.”

Terwijl je toch hele duidelijke taakomschrijvingen hebt.

„Ja, maar dat is niet wie ik ben. Vroeger stond er: ‘sporter, tennisser, paralympisch kampioen, gouden medaillewinnaar.’ Mijn functies als toernooidrecteur en chef de mission zijn rollen, taken.”

Voelt het kwetsbaarder nu?

„Als tennisster droeg ik een masker. Niemand zag hoe ik mij voelde. Tegenwoordig laat ik dat bewust wél zien, en ik geloof dat dat mij krachtig maakt.”

In het mondiale tennis geniet je veel aanzien. Toch wordt sport door mensen met een beperking lang niet altijd serieus genomen. Hoe verklaar je dat?

„Ik denk dat steeds meer mensen de paralympische sport omarmen en serieus nemen, maar mainstream is het nog lang niet. Daar blijf ik voor vechten.”

De organisatie van de US Open gelaste het rolstoeltoernooi dit jaar vanwege corona af, zonder overleg met de spelers. Pas na hevig protest ging het alsnog door. ‘Van alle kanten krijgen we te horen dat wij als rolstoeltennissers er helemaal bij horen, maar bij enige tegenwind liggen we er meteen uit’, zei winnares Diede de Groot.

Lange stilte. „Dat is iets te grof, maar ik begrijp dat het vóelt alsof je aan de kant geschoven wordt. Dat is lullig, want als er één toernooi is dat gehandicapten niet als minderwaardig beschouwt, dan is het de US Open. De meeste sporters begrepen de overwegingen – te veel sporters op het park was een risico – maar hadden moeite met het feit dat ze niet geïnformeerd werden, laat staan betrokken bij de besluitvorming.”

Een diplomatiek antwoord.

„Ja, maar er zijn ook veel bonden en toernooien die het wél goed doen. Het ligt genuanceerder.”

Gehandicapte sporters voelen zich geen excuustruus?

„Soms wel. Als gehandicaptensport geassocieerd wordt met iets wat je afvinkt bij een subsidieaanvraag, hang je er als gehandicapte sporter op een toernooi bij. Dat is wat we moeten voorkomen.”

De paralympische wielrenner Hannah Dines zei bij de BBC dat ze genoeg heeft van ‘inspiration porn’: gehandicapte sporters die inspireren ómdat ze gehandicapt zijn.

„Ik ken de term niet, maar begrijp wat je bedoelt. Er zijn sporters die liever niet met journalisten praten over hun handicap, omdat ze op hun prestaties beoordeeld willen worden.”

Denk jij er ook zo over?

„Mijn handicap is onderdeel van mijn levensverhaal, dus ik vind het geen probleem die te benoemen. Maar het moet wel in balans blijven. Aan media, sporters en organisatoren de taak te laten zien wat het topsportleven van paralympische atleten behelst. Dáár ligt de uitdaging.”

Dat vergt een flinke mentaliteitsverandering.

„Ja, maar alle paralympische atleten willen dit. De paralympische sport is er klaar voor.”

Waarom is het tot nu toe niet gelukt?

„We zien te weinig gehandicapten in het straatbeeld en op tv. Hoe vaak zie je een blinde op de werkvloer, een bakker in een rolstoel, een klasgenoot zonder arm?”

Het klinkt bijna als een taboe.

„Dat is het wel geweest. Veel mensen beschouwen een handicap als een van de ergste dingen die je kan overkomen. We groeien op met het idee dat we alles moeten kunnen en overal controle over hebben. Paralympische atleten bewijzen dat die gedachte niet klopt en dat het heel mooi is het maximale uit jezelf te halen.”

Bijna tien jaar geleden zat je samen met Mart Smeets bij Pauw & Witteman …

„Wat zei hij ook alweer?”

Hij zei dat de Paralympische Spelen nooit op een brede publieke belangstelling kunnen rekenen, omdat ‘wij mensen met een gebrek eng vinden, daar kunnen wij niet naar kijken, dat interesseert ons niet’.

Onbewogen: „O ja.”

Is er sindsdien veel veranderd?

„Smeets zette ’m nogal straf neer, ik mag hopen dat dit niet de mening van heel Nederland is. Wel geloof ik dat we de paralympische sport goed moeten uitleggen, mensen moeten informeren over wat ze zien. Anders kan het ingewikkeld zijn om het te begrijpen.”

Het klinkt als een verhaal van lange adem.

„Ja, maar ook een verhaal waar ik in geloof. Paralympische atleten laten zien wat de kracht van sport is: het winnen van zelfvertrouwen. Dat zelfvertrouwen is belangrijk voor de rest van je leven.”

Ik serveer niet zo hard als Novak Djokovic. Maar is het daarom minder interessant?

Klopt het dat je de Paralympische Spelen en de Olympische Spelen wil samenvoegen?

„Ik vind het een interessante gedachte. Sommige toernooien combineren valide sport al met gehandicaptensport. De vraag is wat dat in dit geval voor effect heeft.”

Is het reëel: een olympische finale Diede de Groot – Yui Kamiji na Naomi Osaka – Victoria Azarenka?

„Er zijn uitdagingen, zeker. Hoe zit het met partnerships, tv-rechten, logistiek? Maar bij een tennistoernooi zou het prima kunnen en wordt het ook al gedaan. De samenvoeging van de Olympische Spelen en de Paralympische Spelen is het onderzoeken waard.”

Loop je niet het risico dat kijkers valide sport gaan vergelijken met invalidensport, zoals bij het mannen- en vrouwenvoetbal?

„Ik serveer niet zo hard als Novak Djokovic. Maar is het daarom minder interessant? Belangrijk is dat commentatoren vertellen over de sporten die we zien. Waar liggen de knelpunten en kansen? Dat draagt bij aan het begrip.”

Dat meerdere sportbestuurders haar als kandidaat-opvolger van collega Pieter van den Hoogenband zien, onder wie hijzelf, vindt Vergeer „een mooi compliment”. Maar er klinkt ook een ‘maar’. Vinden mensen een chef de mission van de olympische ploeg belangrijker dan die van de paralympische ploeg, vraagt zij zich af.

Ze zien het als een doorbraak: iemand met een handicap die ‘de’ Nederlandse sport vertegenwoordigt.

„Het al dan niet hebben van een handicap zou totaal los van zo’n functie moeten staan.”

Diezelfde mensen zeggen: ze zou ook IOC-lid kunnen worden.

Stilte. „Ik, eh, zie geen reden waarom ik daar niet voor zou kunnen gaan, maar de vraag is of ik het ambieer. Mijn ziekte en het moederschap hebben me aan het denken gezet. Wat vind ik belangrijk en hoe wil ik mijn toekomst invullen? Ik ben er nog niet uit.”

Zit je bescheidenheid je in de weg?

„Dat hoor ik wel vaker. De onzekerheid of ik het wel kan, of ik er de juiste persoon voor ben.”

Ondanks alles wat je hebt bereikt?

„Ik verschil nogal van de mensen op dat soort topposities.”

Zegt de voormalige powervrouw.

„Dat was toen ik op de baan stond en het vertrouwen kreeg dat ik het kon. Maar los daarvan vraag ik me af of het me allemaal waard is. Ik vind het moederschap heel mooi, dat laat ik me niet zomaar ontnemen. Ik neem de komende maanden de tijd om over een aantal vragen na te denken.”

Durf je te voorspellen hoe je leven er over vijf jaar uitziet?

„Ik heb geen glazen bol. Wist ik het maar. Voorlopig heb ik mijn handen vol.”

 
Lees Meer