Help, mijn parkiet kan haar ei niet kwijt

Help, mijn parkiet kan haar ei niet kwijt

augustus 17, 2020 0 Door admin

‘Ik doe de deur voor je open, loop maar door naar achteren”, zegt de receptioniste door de telefoon die verbonden is aan de luidspreker bij de hoofdingang. De schuifdeuren van de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht glijden open. Een man komt binnen, in zijn armen een oude zwarte labrador. Hij hijgt en kreunt onder het gewicht. Voor het loket legt hij het dier voorzichtig op de grond. „Ik heb gebeld, het gaat niet goed met mijn hond.”

Het is zaterdag, de meeste dierenartsenpraktijken zijn gesloten. De Spoedkliniek voor Gezelschapsdieren is juist buiten kantooruren geopend. Spoedgevallen uit de regio Utrecht, maar ook van veel verder weg, worden hiernaartoe doorverwezen. Er is een intensive care, ruimte voor langdurige zorg en alle behandelingen kunnen ter plekke uitgevoerd worden.

Een hond met ademhalingsproblemen, een kat met verlamming aan het achterlijf, een parkiet met een gebroken pootje. Ze worden hier opgevangen door een team van spoeddierenartsen, dierenartsspecialisten, paraveterinairen en co-assistenten van de – in Nederland enige – opleiding Diergeneeskunde.

„Het is rustig vandaag”, zegt Jeanine de Groot-Hoogerwerf (61), die net de receptie onder haar hoede heeft genomen. „Zondag loopt het pas écht storm, als mensen al een dag naar hun zieke huisdier hebben zitten kijken en tot de conclusie komen dat ze niet tot maandag willen wachten.” Toch gaat ook vandaag de telefoon voortdurend en blijven nieuwe patiënten binnenstromen. Eén van hen is Ocean, de zwarte labrador van Saad Attia (56) uit Huizen. Ocean heeft een kroon van grijze en witte haren rond zijn neus en ogen. Hij is op leeftijd en kan niet meer overeind komen. „Ik denk dat het zijn tijd is”, zegt Attia.

Niet iedereen staat er zo berustend in. „Het is mijn kindje”, zeggen veel dierenbazen die naar de kliniek komen. Sommigen willen koste wat kost hun dier in leven houden. En aanbieders van producten voor de veterinaire markt weten dat. Door de jaren heen zijn steeds geavanceerdere, duurdere behandelingen mogelijk geworden, zoals chemotherapie, bestraling of een transplantatie. Ook zijn de prijzen van ‘gewone’ behandelingen, zoals een castratie of sterilisatie, omhooggeschoten – al zijn de prijsverschillen per praktijk groot. Baasjes betalen toch wel, lijkt het idee van sommige behandelaren.

Je papegaai verzekeren

Steeds meer eigenaren laten hun dier verzekeren. Bij Reaal Dier & Zorg, marktleider in huisdierverzekeringen, steeg in de eerste helft van 2019 het aantal verzekerde dieren met 55 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat komt neer op zo’n 4.000 nieuwe verzekerde dieren, waarbij het meestal gaat om een hond, één op de vijf verzekeringen wordt voor een kat afgesloten. De verzekeringen verschillen onderling sterk. Er zijn pakketten voor puppy’s en oudere honden, kleine en grote, katten en papegaaien. De kosten variëren van 6 tot ruim 80 euro per maand, en de dekking van 50 tot 90 procent. Dierenartsen horen steeds vaker: „Doe die behandeling maar, ik kan het declareren.”

Bert Degenaar (62) uit Oud-Zuilen is niet verzekerd. Wel wil hij dat de artsen doen wat ze kunnen, en goed achten, voor Sjors, zijn chocoladebruine labrador van vijf jaar. Sinds gisteravond gaat het niet goed met hem. „Hij wil niet eten. En als een labrador niet wil eten, weet je dat het écht mis is.” Als dat echt het geval is, dan weet hij nog niet hoever hij wil gaan om zijn hond te redden. Maar hij vindt wel dat hij een zorgplicht heeft. „Ik wil zover gaan als de artsen zeggen dat zij willen gaan.”

“>

De Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht is er voor huisdieren met een spoedgeval.. Foto Daniel Niessen

Achter de receptie ligt een doolhof aan gangen en kamers. Rechtsaf, rechtdoor, rechts bevindt zich de Zorg Plus-afdeling Hier liggen de dieren die langdurige zorg behoeven, maar te goed zijn voor de intensive care. Specialist-in-opleiding Sanne Hugen (34) en dierenartsspecialist Spoedgeneeskunde Meredith ’t Hoen (37) zijn, samen met twee co-assistenten, bloed uit de borst van een kwispelende Sjors aan het pompen, die het allemaal rustig ondergaat en zijn neus soms tegen de hand van een van de medewerkers duwt. „Labradors kwispelen tot het bittere eind.” Ze denken dat hij rattengif heeft gegeten, wat bloedingen veroorzaakt. Als Sjors stabiel, is mag Degenaar hem gedag zeggen. Hij geeft een aai over zijn bol: „Dag lieve jongen, hou vol!” Sjors gaat de IC op. Ze gaan hem donorbloed en -plasma toedienen.

Angst, urine en natte vachtjes

Er hangt een specifieke geur in de Utrechtse Spoedkliniek. Scherpe ontsmettingsmiddelen ruik je hier, net als in een ziekenhuis, maar dan vermengd met de geur van dieren. Van angst en urine en natte vachtjes. In de wachtkamer zitten en liggen ze: de patiënten, al dan niet in een kooitje, met hun bazen aan hun zij. Eén per dier, vanwege corona. Alleen als eigenaren afscheid moeten nemen van hun huisdier, wordt er een uitzondering gemaakt.


Lees ook: Huisdieren, het zijn net (geen) kinderen

De artsen weten dat het werk hier draait om zowel patiënt als baas, communicatie is alles. „Daar moet je mee om kunnen gaan”, zegt Jeanine de Groot-Hoogerwerf . „Als je alleen met dieren wil werken, is dit niet de baan voor jou.”

Spoeddierenarts Yara Roelen (29) tilt Johnny uit een van de hokjes op de kattenafdeling. Ze legt de grote zwarte kater op een onderzoektafel en voelt aan zijn pootjes. Ze zijn koud en gevoelloos.

„Wat zou je het baasje van Johnny vertellen?”, vraagt Roelen aan de co-assistent.

„Dat het een trombo-embolie is.”

„Het baasje weet niet wat dat is.”

„Dat betekent dat er een blokkade is, waardoor zijn achterlijf verlamd is.”

„Wat is de behandeling? Wat kunt u voor hem doen?”, speelt Roelen de baas na.

De co-assistent is stil.

„Het is belangrijk om helder te zijn, behandelen is niet mogelijk.”

Samen lopen ze de poli-kamer in. Roelen doet het woord, de co-assistent kijkt naar haar schoenen, de eigenaar huilt.

„Natuurlijk is het soms moeilijk, zeker toen ik laatst drie katten een spuitje moest geven, de dag nadat ik mijn eigen kat had moeten laten inslapen”, zegt Roelen. „Maar vaak weet je ook dat dit het beste is wat je een dier kan bieden.” De artsen hier zien euthanasie als belangrijk onderdeel van hun mogelijkheden om een dier te helpen. „Liever verlossen dan laten lijden.”

De frustratie is groot als een baas koste wat kost een dier in leven wil houden. „Dan is het praten, praten, praten, de eigenaren meenemen in wat er gebeurt, ze laten wéten dat een levend dier niet per se een gelukkig dier is.”

Nog één aai, één kus

Hij wist al dat dit het einde was, „maar toch is het zo verdrietig”, zegt Attia. Hij heeft net afscheid moeten nemen van Ocean. Nog één aai, één kus op zijn snoet. „Hij is een reddingshond”, zegt hij. Ocean werd opgeleid aan het Search and Rescue Dog Centre in Nederland, waar honden getraind worden in het opsporen van mensen, wanneer ze vermist raken bijvoorbeeld, of bedolven liggen onder puin. Regelmatig boden ze ondersteuning bij acties van de politie. „Hij was altijd aan mijn zijde, altijd mensen helpen.” Het is goed zo, echt waar, maar dat maakt het niet minder verdrietig. „Maar, hij gaat ook na zijn overlijden nog helpen”, zegt hij trots. „Zijn lichaam gaat hier naar de wetenschap.” Met twee handen wrijft hij in zijn ogen. „Dit hoort erbij.”


Lees ook: Kunnen dieren uit verschillende landen elkaar verstaan?

Buiten wordt Sam, een kleine poedel, getest op het zeer besmettelijke en dodelijke parvovirus. Het is een virus dat in Nederland bijna niet meer voorkomt, maar regelmatig meekomt met pups uit het buitenland. Tot de uitslag van de test er is, binnen een kwartiertje, mag hij de kliniek niet in. Er wordt gebeld over een Berner Sennenhond die zijn staart heeft gebroken tussen de deur van de caravan. Het lukt de gigantische boskat Dean niet om te plassen, tot grote zorg van zijn bazin. Een kleine Perzische langhaar is van de trap gevallen. „Het is een onwijze kluns”, zegt baas Bas der Nederlanden (28) uit Utrecht. „We gaan een traphekje plaatsen, om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt.” In een andere ruimte maakt kater Moos het zijn behandelaren lastig door te blazen, krijsen, krabben en happen. „Het is nogal een persoonlijkheid”, zegt Marianne Smit (77) uit Utrecht als ze gaat afrekenen.


Lees ook: Een dik huisdier is niet schattig, maar zielig

Het is al laat, rond tien uur ’s avonds, wanneer spoeddierenarts Arne Voorhorst (30) belt met de vogel-specialist. Ze hebben een grasparkiet, Bebis, binnengekregen die legdrang heeft maar, letterlijk, haar ei niet kwijt kan. Ze hebben alles geprobeerd. Dat ei moet eruit, anders zal ze overlijden. „Dus deze haakjes moeten aan de cloaca en die rekken we voorzichtig op tot het komt?”, vraagt Voorhorst. „Dan gaan we dat maar doen.” Terwijl de net aangekomen nachtploeg de overdracht krijgt – „Sjors staat er goed voor, hij heeft net gegeten en krijgt nog een keer plasma” – wordt het vogeltje onder narcose gebracht. Het is een spannende procedure. Maar uiteindelijk, vrij plotseling, plopt het eitje eruit.

In de spoedkliniek zien ze vaak de meest schrijnende gevallen, maar vandaag is het in elk geval met een aantal patiënten goed afgelopen. „Ik ga het baasje bellen en het blije nieuws vertellen.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in


NRC Handelsblad
van 17 augustus 2020

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in


nrc.next
van 17 augustus 2020

 
Lees Meer