Henk blijft Henk in al zijn Henkerigheid

Henk blijft Henk in al zijn Henkerigheid

maart 26, 2019 0 Door admin

Wie gelooft er niet in God, maar heeft, in tijden van ziekte, pijn en vertwijfeling, alsnog wel eens behoefte aan een gebed? Of, beter gezegd misschien: wie niet? Sander Kollaard beveelt achterin zijn nieuwe prachtige, zorgvuldig geschreven roman Uit het leven van een hond voor zulke gevallen een gedicht van Fernando Pessoa aan, dat eerder al opdook in zijn werk:

‘Wanneer de lente komt


En als ik dan al dood ben


Zullen de bomen net zo bloeien


En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.


De werkelijkheid heeft mij niet nodig.’

Van deze boodschap is Kollaards roman van begin tot eind doordrenkt. Wat doe je ertoe, als individu? Niets. Het is fijn om er te zijn, maar het is niet erg om er niet (meer) te zijn. We zijn immers niets meer dan ‘spul’, ‘biologisch geanimeerd spul’, toevallig nu in deze tijdelijke vorm aaneengekleefd. Er zit geen heilsplan achter, geen bestemming, geen doel. De waarde is in het leven zelf gelegen.

Pubers

Kollaard (1961) toont dat middels het wedervaren van zijn hoofdpersoon Henk, een hedendaagse Elckerlyc, 58 jaar, verpleegkundige, die vrede heeft met zijn bestaan en met zijn toekomstig niet-bestaan, maar evengoed, zoals iedereen, allerlei hindernissen, tobberijen én mooie dingen op zijn levenspad ontmoet.

We volgen hem gedurende één dag van zijn leven. ‘Het hart klopt […] en het bloed stroomt,’ constateert hij bij het ontwaken: hij doet het nog. Andere feiten en gegevens – het is zaterdag, juli, ochtend, het wordt warm – ‘komen aansjokken als pubers die net wakker zijn en met zure, stuurse gezichten aan de ontbijttafel gaan zitten.’ Henk maakt gedurende het boek geen ontwikkeling door; zijn levenshouding zit bij het begin al ingebakken. Natuurlijk overkomt hem van alles, maar Henk blijft onder alle omstandigheden Henk, in al zijn ‘Henkerigheid’ – en toch verveelt het boek geen moment, integendeel. Daarvoor is het in al zijn luchtigheid ook te scherp. En te geestig. Bijvoorbeeld in de beschrijving van Henks schuldgevoel bij het aanschaffen van ‘kaasdip’ (hij is al een beetje te dik), of zijn afkeer van een keramiste die hij ergens ontmoet. Zij eert Moeder Aarde met haar vazen: ‘Ze heeft het hem wel eens uitgelegd in een gesprek dat verliep als een terminale ziekte, ondraaglijk, en met een fatale afloop, namelijk Henks voornemen om nooit meer een woord met haar te wisselen.’ Henk heeft ook verdriet, om zijn dode broer, om zijn levende broer met wie het niet botert, om zijn zieke hond vooral. Geluk is er evengoed, genot, liefde en verbintenis. Kollaard vangt de volheid van het (gevoels)leven, alles binnen het bestek van één dag.

De liefde verklaren

Uit het leven van een hond is een dun, maar heel rijk boek, vol fantastische zinnen, metaforen en observaties; tegelijkertijd is het allemaal onnadrukkelijk, gewoontjes, kalm en klein. Daar gaat het Kollaard nu juist om: de grootsheid van het kleine te tonen. Met de goedgekozen titel geeft hij daar zelfs nog een extra draai aan: deze dag van zijn menselijke hoofdpersoon, is evenzogoed een dag uit het leven van zijn hond. Alles is relatief, ook wie tot ‘hoofdpersoon’ wordt uitgeroepen. Kollaard toont dit ook geraffineerd middels korte, plotselinge perspectiefwisselingen: een al vertelde situatie wordt herhaald door de ogen van een ander personage, en kantelt daardoor een beetje – en door een literair spel te spelen met de verwachting van de lezer. Hier en daar wordt het verslag van de dag ineens onderbroken door een constatering als: ‘Het is daarom een goed moment om Henk nader te bekijken’, of door middenin een vloeiende terugblik ineens te stellen: ‘Nu we toch terug zijn in 1968’. Zelfs op Henks dood, die geheel buiten het bestek van dit boek valt, wordt de lezer een blik vergund.

Plagerig is Kollaard ook. Als Henk in het openbaar vervoer zijn liefde verklaart aan een vrouw, heet het: ‘Van het ene op het andere moment accelereert de bus en kiest het luchtruim.’ Maar op de volgende bladzijde heet het alweer: ‘Nee, onzin.’ Op een ander cruciaal moment staat er: ‘Het tafereel laat zich min of meer raden, dus een beschrijving is niet nodig.’

Levenslust

De beheerste grilligheid, de schijnbare, speelse willekeur houdt het boek spannend en staat tegelijkertijd in dienst van het thema: de betrekkelijkheid van alles, van waarheid, van fictie, en hoe mooi dat zijn kan. Uiteindelijk predikt Uit het leven van een hond vooral ‘lebensbejahung’, de lust tot leven, het zien van schoonheid, dwars door narigheid heen, behalve dat het dat natuurlijk niet zozeer predikt, maar veeleer aantoont en uitdraagt.

Met een zucht sla je uiteindelijk het boek dicht. Helaas, voortaan weer verder leven zonder Henk en Henks houvast. Wat is er nou eigenlijk gebeurd tijdens het lezen? Niets. En was dat nou zo mooi? Ja, dat was schitterend. Kollaard laat met dit boek zien wat literatuur vermag.

Lees meer over hoe CBD Olie kan helpen met uw hond op MHBioShop.com

 

Lees Meer