Het huis werd een asieltje, vol zielige dieren

Het huis werd een asieltje, vol zielige dieren

februari 24, 2019 0 Door admin

Er zit snot aan de muur. En op de vloer. Op het pak hagelslag. En ook nog in de vacht van de hond en aan m’n mouw.

Het is snot van Kikker, onze rood-witte kat die aan de niesziekte lijdt. De dierenarts heeft hem er wel eens een kuur voor gegeven, maar dat hielp niet. Hij is geboren zonder oogjes, dus hij weet ook niet welke kant hij op niest.

Snot op de krant, snot in m’n haar.

Een paar jaar geleden zou ik gegruweld hebben bij de gedachte aan rondvliegend kattensnot. Dat ik er nu m’n schouders over ophaal en er zelfs om moet lachen is terug te leiden naar een cruciale voorjaarsdag in 2015.

Mijn vriend en ik woonden sinds een paar maanden in Tel Aviv toen een vriendin me uitnodigde om een paar dagen bij haar langs te komen in Ramallah, een stad op de Westelijke Jordaanoever. We zaten op een caféterras toen er een blonde, middelgrote hond naar me toe kwam lopen. Ze ging naast me zitten en legde een poot op mijn been. Niet bepaald een hondenliefhebber, gaf ik haar een korte aai over de bol en hervatte het gesprek met mijn vriendin.

De hond bleek helaas aangemoedigd door het gebaar, ik kreeg nog een poot. En nog één. Ik keek naar de plek op mijn broek die ze met haar poot had aangeraakt. Er leek nog geen vlek te zitten. De hond keek me aan. Voor zover ik kon inschatten, leek ze me niet gevaarlijk. En ze rook ook niet vies – iets waar ik honden vaak van beschuldigde.

„Hoe heet je hond?”, vroeg ik de eigenaresse van het café. „Ze heeft geen naam”, antwoordde ze. „Het is een zwerfhond en ze blijft hier maar komen. Ik geef haar wat te eten, maar ik kan haar niet houden want mijn eigen hond accepteert haar niet.” Vooruit, nog een aai.

De blik van die hond

„Ze is veel te lief voor het leven op straat. De kinderen pesten en schoppen haar, maar ze doet niks terug. Nee, die leeft niet lang meer.” De eigenaresse zei het met berusting in haar stem, als iemand die alles al gezien heeft. „Zo gaan die dingen hier nu eenmaal.”

Wat ze daar precies mee bedoelde wist ik toen niet, omdat ik nog geen idee had hoe zwaar het leven van straathonden en -katten in Israël en de Palestijnse gebieden kon zijn, maar voor nu was het genoeg: de blik van die hond, wéér dat pootje, en dan het doodvonnis. Het idee dat dit dier, dat intussen op haar rug was gaan liggen zodat ik haar buik kon aaien, binnenkort een onvermijdelijke en gruwelijke dood tegemoet zou gaan, vulde me met een besluitvaardigheid van het onnadenkende soort. „Nou, dan neem ik haar wel mee naar Tel Aviv”, hoorde ik mezelf zeggen. „Dan breng ik haar naar een asiel of zo.”

Ze ging niet naar een asiel. We noemden haar Soumaya, en hoewel wij nog nooit een hond hadden gehad, en zij nog nooit mensen, begonnen we ons al gauw aan elkaar te hechten. Voor we het wisten verschoof de motivering voor haar aanwezigheid van „anders was ze nu misschien wel dood geweest” naar „ze wordt echt een soort vriendin, hè?” En ik hield eigenlijk niet eens van honden.

Foto
De blinde kat Kikker.
Van links naar rechts: Fiep, Karim en Kikker.


Foto’s Merlijn Doomernik

Toen begon de ellende pas echt. Want nu stonden we bekend als dat stel met die zwerfhond. Konden we er niet nog eentje nemen, werd ons gevraagd. Eentje die ook heel zielig was? Trouwens, de eigenaresse van het café had ook nog een zwangere zwerfhond bij haar op het erf rondlopen. Als de puppy’s er eenmaal waren, konden wij misschien wel helpen?

En hoe hoger de temperaturen opliepen, des te meer kittens ik op straat zag. Sommige goed verzorgd door buurtbewoners die bakjes water neerzetten en brokjes rondstrooiden, maar ook zieke kittens met vieze oogjes die wel een bezoekje aan de dierenarts konden gebruiken. Kleine moeite om ze even te brengen, toch?

Een Pools spreekwoord luidt: ‘Niet mijn circus, niet mijn aap’. Als het niet jouw verantwoordelijkheid is, dan is het ook niet jouw probleem. Op zich een redelijk uitgangspunt, als je weet dat overheid en non-gouvernementele organisaties zorg dragen voor de kwetsbaren in de samenleving, zoals in Nederland. Maar in Israël en de Palestijnse gebieden liggen die prioriteiten, voor een deel begrijpelijk, niet bij zwerfhonden en zwerfkatten. Moest ik dan ook maar doorlopen als ik zag dat jongens op straat met een puppy liepen te voetballen – met de puppy als bal? En een zieke kitten in de bosjes lieten zitten? Mijn gevoel voor verantwoordelijkheid groeide. En daarmee het circus bij ons thuis.

Het dierenleed in Israël en de Palestijnse gebieden is van schrijnende proporties. Zo zijn er naar schatting ongeveer een miljoen straatkatten in Israël. Het aantal zwerfhonden lijkt er relatief mee te vallen, dankzij non-gouvernementele organisaties die de honden opvangen, verzorgen, steriliseren en ter adoptie aanbieden.



Lees ook: Huisdieren, het zijn net (geen) kinderen

In de Palestijnse gebieden is welgeteld één asiel, in het plaatsje Beit Sahour, dat overvol zit en continu met sluiting bedreigd wordt. Honden die als waakhond op het dak bij mensen thuis worden gehouden, zijn vaak ernstig verwaarloosd. Zwerfhonden worden opgejaagd en mishandeld. De Palestijnse overheid heeft geen beleid om het aantal honden terug te dringen door bijvoorbeeld een sterilisatieprogramma, maar schiet ze dood of vergiftigt ze.

Het huis werd een asieltje

Mijn vriend en ik waren als journalisten naar Israël en de Palestijnse gebieden gekomen, maar ongemerkt waren we daarnaast dierenverzorgers geworden. Ons huis veranderde in een asieltje, waar de nieuwe kittens in de badkamer verbleven tot ze een beetje waren aangesterkt en niet meteen onder de voet werden gelopen door de puppy’s in de huiskamer. We gaven de dieren namen, zoals het Arabische Karim, het Joodse Zvi of gewoon Jip en Janneke. We pasten ons dagritme aan het medicatieschema en de plaspauzes van de pups aan, regelden opvang voor als we naar Gaza of Jordanië moesten en onderhielden warm contact met de dierenarts – niet alleen omdat die ons gereduceerde prijzen bood, maar vooral omdat we hem minstens drie keer per week zagen.

‘Bij jullie zijn er huisdieren en ben jij er toevallig ook even’, aldus een vriendin

In drie jaar in Israël en de Palestijnse gebieden hebben we zo’n 25 dieren kunnen helpen. Een druppeltje op de spreekwoordelijke plaat natuurlijk, maar toch. Twee honden en drie katten hebben we zelf gehouden, onder wie de niezende Kikker, die ik in een steegje in de Oude Stad van Jeruzalem vond toen hij amper een week oud was. Een paar kittens waren te ziek en hebben het niet gered. Via sociale media en ons netwerk in de internationale gemeenschap in Israël hebben we, als ze eenmaal opgelapt waren, voor de andere dieren nieuwe families kunnen vinden.

Inmiddels wonen we alweer anderhalf jaar in Nederland en is ons circus met drie honden, drie katten en twee konijnen redelijk stabiel. (De extra hond, een chihuahua met drie pootjes, en de konijnen komen uit een Amsterdams asiel.) Met deze verhoudingen krijgt iedereen genoeg aandacht, is het huis nog nét schoon te houden, en is er zelfs nog plek voor gezinsuitbreiding zonder vacht of staart.

Wat ons betreft is de situatie heel comfortabel, maar onze omgeving wijst ons erop dat ons leven er echt heel anders uitziet dan voorheen. „Bij andere mensen ben je op bezoek terwijl er toevallig ook een huisdier is. Bij jullie zijn er huisdieren en ben jij er toevallig ook even”, aldus een vriendin.



Lees ook: Een dik huisdier is niet schattig, maar zielig

Ze hebben gelijk. We zijn bewust in een huis met tuin gaan wonen. Met de inrichting van het huis hebben we rekening gehouden met de dieren: de boekenkasten hebben deurtjes (anders worden de boeken eruit geknikkerd), we hebben geen planten, want die worden toch maar aangevreten of omgegooid, en de meubels hebben sowieso een strikte vaste plek – de blinde snotkat heeft inmiddels het huis uit zijn hoofd geleerd en we willen hem niet in de war brengen met een plotselinge nieuwe indeling. Als we allebei langer dan zes uur van huis zijn, moeten we iemand vragen om de honden uit te laten. Met Oud en Nieuw zijn we thuisgebleven – we wonen in een vuurwerkrijke buurt. En we proberen dat ene Palestijnse asiel nog zo veel mogelijk te helpen.

De zorg voor de dieren heeft ons veranderd. Als ik een klodder snot op m’n trui vind, ach, dan gooi ik die toch in de was. Geen probleem. Als de díéren maar gelukkig zijn.

Lees meer over hoe CBD Olie kan helpen met uw hond op MHBioShop.com

 

Lees Meer