Mijd boeken waarin een hond doodgaat

Mijd boeken waarin een hond doodgaat

april 25, 2019 0 Door admin

Serendipiteit is het woord waarmee je beschrijft dat iemand, een wetenschapper bijvoorbeeld, op zoek was naar a, maar – door scherp op te blijven letten – b ontdekte (penicilline bijvoorbeeld). Een stuk fijner is echter de definitie die weer eens voorbij kwam toen Wim Brands en Pek van Andel een paar jaar terug een boek uitbrachten over het fenomeen, namelijk ‘zoeken naar een speld in een hooiberg en eruit rollen met een boerenmeid’. Je zou bijna willen dat serendipiteit wat vaker voorvalt, zodat je die zin weer eens van stal kunt halen.

Is Hooiberg van Koos van Zomeren een hooiberg als hierboven, een boek dat je iets anders geeft dan je had verwacht? Met echt voorgekookte verwachtingen stap je natuurlijk nooit een boek in, anders hoef je het niet te lezen, maar ergens gaat het in dit geval toch wel op. Dat heeft te maken met de hybride vorm ervan, schipperend tussen een dichtbundel, een zkv-verzameling à la A.L. Snijders, memoires, citatenboek en dagboek, en daardoor steeds appellerend aan de aandacht van de lezer, bang als die is dat enigerlei betekenis hem door de vingers glipt.

Van Zomeren zelf spreekt de wens uit dat de lezer Hooiberg een ‘ráár’ boek zal vinden. Nu zijn we wel wat gewend, dus raar is het juiste woord niet, maar afwijkend is het zeker. Wie is bijvoorbeeld die op de titel gebaseerde Hooiberg die hier en daar in de tekst opduikt? Is het een pseudoniem van Van Zomeren zelf? Misschien denk je dat wel even in het begin van het boek, maar daarna wordt toch snel duidelijk dat hij voor iets of iemand anders staat. Voor de rechts-conservatieve mens misschien, die inmiddels her en der valt te ontwaren? Hooiberg is er achterdochtig genoeg voor. Als er geschreven wordt over een jonge, succesvolle schrijver die heeft ontdekt dat ‘slagen of niet-slagen een kwestie van willen is’, dan merkt hij op dat ‘de Joden in Auschwitz dat hadden moeten weten’, want ‘dan hadden ze er nog iets van kunnen maken, van dat leven van hen’.

De natuur, de Alpen en de hond

Raar dan wel afwijkend, maar toch ook weer niet zo raar of afwijkend dat de Tweede Wereldoorlog nu eens niet voorbijkomt in deze Van Zomeren-titel, zijn inmiddels (als ik goed heb geteld) 63ste boek sinds 1965. Zoals ook de natuur, de Alpen en de hond hun plek opeisen; die laten zich kennelijk niet verjagen door nieuwe vormen. Zo is er ‘Honden’, een palet met vijf verhalen over de hond, waarin korte, maar prachtige observaties te vinden zijn. Er is de herinnering aan de stokoude Duitse herder op een Franse camping, een halve eeuw geleden al, die twee, drie keer per dag opstond, naar de rand van het terrein sjokte en daar dan een tijdje naar de zee bleef staren. ‘Wanneer hij zijn gedachten bepaald had (misschien over het verschijnsel eb en vloed; bij eb de zee niet meer dan een glinsterend lint in de verte, niet meer dan een herinnering aan zee) … als hij genoeg wist, sjokte hij dat hele eind weer terug.’

Op een andere pagina moedigen de dieren ook Hooiberg tot diepzinnige overpeinzingen aan. In een brief, gericht aan ene Yvonne, zet hij zijn inzichten uiteen. ‘Katten sterven […] anders dan honden, katten sterven mooier. Voor katten komt de dood als een bevestiging van wat ze altijd al geweten hebben – dat ze er alleen voor staan. Honden daarentegen leven er maar op los. Voor een hond betekent ziekte en ouderdom een deceptie, een tekortkoming van de baas. Een hond wordt door de dood bedrogen in zijn verwachtingen.’

Als Hooiberg aan het eind van deze brief (qua lengte eerder een kattebelletje) opbiecht dat hij ‘boeken probeert te mijden waarin een hond doodgaat’, ga je, ook vanwege zijn eerdere, stroeve opmerkingen over andere onderwerpen, meteen nadenken over hoe je hem nou moet duiden: als een sensitief en opmerkzaam persoon? Of als een door- en door sentimenteel mens die al door de hoeven zakt als er op papier een dier overlijdt?

Vinnige politieke rand

Wat ik maar zeggen wil, is dat er in Hooiberg ‘klassieke’ literaire elementen als melancholie, vergankelijkheid en observatievermogen te vinden zijn, maar ook een vinnige politieke rand in zich draagt. Tegenover de herinnering aan een ‘geweldig groot en geweldig chagrijnig’ meisje van vroeger staan killere, zakelijke tekstdelen die je als vanzelf aan het huidige tijdsgewricht verbindt, een tijdsgewricht vol van data (grote of futiele), cijfers, angst en nut. Om bij dat laatste woord te blijven: Van Zomeren legt ons in zijn contrasterende vorm de vraag voor wat het nut is van nutsdenken. Nadat er melding wordt gemaakt dat alle geïnterviewde wetenschappers in het tv-programma Kijken in de ziel ‘overtuigd zijn van het nut van de wetenschap’, volgt een kanttekening met een misantropische ondertoon. ‘In feite is het belangrijkste resultaat van de wetenschappen dat er nu 7 miljard mensen op aarde zijn – ja, hallo, kan iemand mij het nut van 7 miljard mensen uitleggen?’ Met de recente roman De Geesten van Yves Petry nog in het achterhoofd zien we hier dus opnieuw een schrijver protest aantekenen tegen het gemakzuchtige vooruitgangsgeloof.

Van Zomerens boek ‘werkt’, je kunt niet anders zeggen. En om eerlijk te zijn is het ook behoorlijk verfrissend om blootgesteld te worden aan zo’n collage van stemmen, impressies en experimenten (zo wordt er tot vijf maal toe een verhaal begonnen met een zin uit Murakami’s Norwegian Wood). Dient Van Zomeren nog of alweer als lichtend voorbeeld voor jonge schrijvers? Ik spreek de hoop uit.

Lees meer over hoe CBD Olie kan helpen met uw hond op MHBioShop.com

 

Lees Meer