Negen nieuwe boeken om deze Boekenweek te lezen

Negen nieuwe boeken om deze Boekenweek te lezen

maart 30, 2019 0 Door admin

1. Andreas Oosthoek: De Moeder de Vrouw

Eigenlijk hadden we allemaal nog voordat de Boekenweek morgen begint, De Moeder de Vrouw van Andreas Oosthoek moeten lezen. De Zeeuwse schrijver duidt op doortastende wijze de ‘mythe en misverstanden’ over het beroemde gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff (1894-1953). Hij sprak met betrokkenen en vergeleek alle versies en vertalingen van het gedicht. Oosthoek beheert de auteursrechten op het werk van Nijhoff en woont sinds 1971 in het zomerhuis van de familie Nijhoff in Valkenisse. Eén van die misverstanden betreft de bekende eerste zin: Ik ging naar Bommel om de brug te zien. Dit ‘brugverhaal’ zou niet zijn voortgekomen uit zijn eigen beleving, maar hem zijn ingefluisterd. ‘Getrapte nonsens’, zei zijn zusje Pien Wagner (1896-1979) in 1978 tegen Oosthoek: „Pom (roepnaam van Martinus Nijhoff, red.) kwam vaak aanwaaien en heeft de bouw van de brug zeer wel meegemaakt tot en met de laatste loodjes.” Ook volgens zijn zoon ‘Faan’ stonden het ‘aperte doordraven en vooral de nijvere pogingen tot dwingelandij en de slagen in de lucht’ zijn vader tegen. Nijhoff zelf vond dat hij als schepper van het gedicht woorden mocht blijven veranderen – ook ná publicatie. Zo liet hij de vrouw die over de Waal vaart, en in wie hij zijn moeder ziet, in het handgeschreven origineel uit 1934 ‘aan ‘t roer staan’ en in de volgende versie staat zij ‘bij het roer’.

Oosthoek besteedt daarnaast veel aandacht aan de geschiedenis van de bewuste brug bij Bommel die in 2008 gesloopt werd. In 1996 was er al een tweede brug naast gelegd: de Martinus Nijhoff-brug.

Cossee, 96 blz. € 15,50

2. Ester Naomi Perquin: Wij zijn de menigte, die moeder heet

Een goede dichter herkent men aan zijn keuzes voor een bloemlezing: dat geldt in hoge mate voor dichter en columnist Ester Naomi Perquin die in Wij zijn de menigte, die moeder heet gedichten verzamelde over moeders, moederschap en het verlangen moeder te zijn.

Perquin, die in 2018 dichter des vaderlands was en van wie morgen in Trouw het Boekenweekgedicht verschijnt, zocht naar een uitgebreid moederbeeld. Het eerste gedicht van Joke van Leeuwen is een soort goedkeuring van de schepper mits we zelf voor alle randvoorwaarden zorgen, zoals de eerste regels laten zien ‘Goed, zei de schepper, wat ons betreft/ is het goed, maar aan jullie laat ik/ het met elleboog voelen of/ het badwater niet te heet is,/ het behoedzaam proeven of het eten niet te scherp is’. De laatste twee gedichten gaan over het verlies van een kind, zoals het gedicht van Anna Enquist (‘Een menigte’) waaraan de bundel zijn titel leent. In het gedicht uit 2004 merkt de moeder dat zij na het overlijden van haar kind ‘uiteengevallen’ bleek in ‘een waaier van vrouwen’: de weerloos-blije, de verslagene, de trieste, de furie, de wanhoopsmoeder. ‘Ons is iets overkomen, kan ze zeggen,/ wij zijn de menigte die moeder heet.’

Prometheus, 186 blz, € 15,00

3. Annemarie de Gee en Eva Kelder: Ik, moeder

Datzelfde gedicht is dan weer de opening van verhalenbundel Ik, de moeder samengesteld door Annemarie de Gee en Eva Kelder. Zij vroegen veertien collega’s een verhaal te schrijven over de combinatie moederschap en schrijverschap. Fictie en non-fictie van onder anderen Yasmine Allas, Neske Beks, Saskia de Coster, Nilgün Yerli, Joke J. Hermsen en Sanneke van Hassel. De laatste schrijft in ‘Elf’ over haar zoon: „Niet eerder heb ik over je geschreven. Ik wilde je niet delen met de wereld, je niet noemen, je de vrijheid laten. Nu zie ik hoe alles en iedereen je betekenis geeft: de juf, je vrienden, de zorgen en hoop van je vader en mij, je plek als middelste van drie (…). Daar past nog wel een schrijver bij.” Het zijn korte, losse aantekeningen die zij wellicht tussen de bedrijven door heeft geschreven, maar ze zijn echt, ze beschermen.

Meulenhoff, 206 blz. € 19,99

4. Jan Fontijn: Moederskinderen. Over moeders en zonen

Literatuurcriticus en neerlandicus Jan Fontijn was zeventien jaar toen zijn moeder 63 jaar geleden overleed. Bij de psychoanalyses die hij vijf jaar lang onderging, kwam steeds zijn moeder ter sprake. Haar ziekte en de dood maakten van zijn jeugd ‘een treurig drama’. De therapie hielp hem niet, wel vond hij troost in het lezen hoe andere schrijvers en denkers hun relatie met hun moeder beschreven. Dat hij niet de enige was die het liefst wilde sterven om weer bij haar te zijn, ‘haar wangen te voelen’, ‘zich tegen haar aan te vleien’. En zo gidst hij ons op erudiete wijze door de wereldliteratuur: bij Stendhal ervaart hij een schok van herkenning in moederliefde, net als Jean-Jacques Rousseau voelt hij zich schuldig over de dood van zijn moeder. Ook schrijvers zonder die moederliefde (‘negatieve moederskinderen’) of daar juist naar hunkerden zoals Paul Léautaud, geven hem inzicht in zijn eigen moederroerselen. En al is het misschien aanmatigend je met zulke grote schrijvers en denkers te vergelijken, beseft Fontijn, het heeft hem geholpen zijn verdriet te kalmeren. Fontijn sluit af met psychiatrische beschouwingen over moederskinderen waarin hij Freud citeert: „Een man die onbetwist de lieveling van zijn moeder is geweest, voelt zich zijn hele leven een veroveraar, dat wil zeggen, hij heeft dat vertrouwen in succes dat vaak leidt tot werkelijk succes.”

Prometheus, 170 blz. € 19,99

5. Mirjam Oldenhave: Weet ik veel. Belevenissen van een pleegmoeder

Schrijfster Mirjam Oldenhave beziet een moeder vanuit weer een andere vrouw: de pleegmoeder. Haar eigen moeder was opgegroeid in een pleeggezin en dat wilde Oldenhove later ook: geen kinderwens maar een pleegkindwens. Haar man Job werd overtuigd en zij begonnen als pleeggezin voor noodopvang – een tussenstation voor kinderen voor wie nog geen passend pleeggezin voor langere tijd is gevonden.

Op cursus leerden ze dat de ontvangst van een pleegkind geen feestje is; geen enkel kind verheugt zich erop om bij vreemde mensen te gaan wonen. Geen feest, maar rust. En dan komt het van oorsprong Ghanese meisje Esi (7). In Weet ik veel beschrijft Oldenhave het (ont-)hechtingsproces van het meisje op zo’n integere maar ook speelse en inlevende manier, dat de lezer zich dan weer eens Esi voelt, dan weer de pleegmoeder die ook streng moet zijn. De hond Ollie speelt een belangrijke rol in het verhaal en wanneer Esi een spreekbeurt mag houden over haar trouwe vriendje, is de pleegmoeder zoals het een streberige basisschoolmoeder betaamt niet tevreden met de 8: „Waarom geen 9 denk ik dan?” Het boek is een aanrader voor alle (aanstaande) pleegouders, maar een absolute must voor alle (aanstaande) biologische ouders. Gewoon, om dat beetje meer begrip voor elkaar.

Ambo/Anthos, 160 blz. € 15,00

6. Els Quaegebeur: De kok, de boerin, haar advocaat en dier verpleegster

Onlangs vertelde een studente dat je pas na 22 keer proeven iets wat je vies vindt, uiteindelijk leert eten. Dus nog even doorzetten met die tomaat, champignons of een ei. Journalist Diny Schouten hanteert in haar nieuwe beroep van charcutier de ‘duizend-keer-regel’; dat je een gerecht pas doorhebt na het 1000 keer te hebben gemaakt. Steeds hetzelfde recept maar met toch een andere nuance.

Schouten was journalist en gooide het roer om naar het maken van onder andere patés en pies in haar slagerij annex winkel. Ze vertelt er over in De kok, de boerin, haar advocaat en dier verpleegster van schrijfster en journalist Els Quaegebeur. Zij interviewde bekende en onbekende vrouwen die vijftig jaar werkervaring hebben en de weg hebben geplaveid voor jongere vrouwen. De verhalen geven daarbij een mooi tijdsbeeld: advocaat Ties Prakken over de eerste milieuactivisten en het combineren van werk en kind in de advocatuur of actrice Ingeborg Elzevier over de toneelwereld van toen en die van nu. Over de handtastelijkheden toen, en de ophef daarover nu.

Quaegebeur stelt zichzelf steeds kwetsbaar op want vraagt niet alleen, maar vertelt ook over zichzelf. Over haar angstaanvallen, over haar bakkunsten en met Mensje van Keulen die al vijftig jaar schrijver én vegetariër is, spreekt zij over het mislukte eerste huwelijk waaraan ook zij ‘afgrijselijke herinneringen’ heeft. Vorig jaar verscheen Neerslag van een huwelijk waarin Mensje van Keulen haar dagboeken uit die tijd publiceerde. De interviews gaan verder dan alleen de werkervaring – ze beslaan ook een halve eeuw levenservaring van heel verschillende vrouwen.

Nijgh & Van Ditmar, 332 blz. € 22,50

7. Marja Pruis: De nieuwe feministische leeslijst

Voor De nieuwe feministische leeslijst vroeg criticus en columnist Marja Pruis verschillende schrijvers welke boeken verplicht op de feministische leeslijst zouden moeten staan. Bregje Hofstede, die met haar roman Drift op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2019 staat, kiest voor Orlando van Virginia Woolf. Niña Weijers vraagt zich eerst terecht af wat een feministische roman eigenlijk is en of zij de aangewezen persoon is om andermans werk als wel/niet feministisch te bestempelen. Als aan haar wordt gevraagd of haar boeken feministisch zijn, denkt ze: ‘Blijf van mijn boek af en ga lekker een ander boek besmeuren’. Toch kiest zij – omdat het haar nu eenmaal gevraagd is – voor De huilende libertijn van Andreas Burnier die zelf hardnekkig ontkende dat haar roman ‘propaganda voor enige vorm van sociaal feminisme’ zou zijn.

Das Mag, 218 blz. € 21,99

8. Annie M.G. Schmidt: Moeder, loop toch niet zo mank

Natuurlijk mag een mini-bloemlezing uit het werk van Annie M.G. Schmidt niet ontbreken. In Moeder, loop toch niet zo mank wordt de draak gestoken met ‘kinderwagenmoeders’ die in het Vondelpark aan babyvergelijking doen, met de ‘tirannieke’ moeder die thuis alles bepaalt en de ‘schrijvende moeder’ die niet thuis kan werken omdat zij zich dan toch met de bakker bemoeit.

Onvergetelijke liedteksten en heerlijk proza over ‘de vrouw’ en ‘de man’ voor als er nog een plaatsje vrij is op de feministische leeslijst.

Querido, 94 blz. € 10,-

9. Martin Hendriksma: Vaderkoorts

Het ‘Literaire Juweeltje’ is een knipoog naar het Boekenweekthema: Vaderkoorts van schrijver en journalist Martin Hendriksma. De vader lijkt meer op te gaan in de voetbalcompetitie van zijn zoon dan de jongen zelf. De zoon wordt voorgehouden dat hij de Dirk Kuyt van het team is. De jongen gaat er alleen niet harder van rennen. Op geestige maar verontrustende manier gedraagt de vader zich zoals veel vaders langs het veld: ‘Soms zweette ik meer dan zoon in het veld.’

B for Books, 64 blz. 1,99

Lees meer over hoe CBD Olie kan helpen met uw hond op MHBioShop.com

 

Lees Meer