‘Zo’n prutser was ik dus’

‘Zo’n prutser was ik dus’

januari 15, 2020 0 Door admin

Drie dagen voor een operatie waarbij zijn blaas zal worden verwijderd heeft schrijver, theatermaker, en presentator Marc de Hond (42) een afscheidsdiner georganiseerd. Voor de blaas, welteverstaan. Het is maart 2019 en hij speecht tijdens een diner voor familie en vrienden over het orgaan, waar een grote tumor in is ontdekt. Die spreekt hij aan met de artiestennaam ‘Blaas B’, die anatomisch gezien in het verlengde ligt van zijn ‘Lange Frans’, door zijn vrouw ook wel ‘Lil’ Kleine’ genoemd.

Van het zware iets lichts maken is zijn manier geworden om te kunnen omgaan met verandering, inmiddels de rode draad door zijn leven. Op zijn 25ste duwde een tumor in zijn ruggenmerg op zijn zenuwen en belandde hij door een medische fout in een rolstoel. Sindsdien kwamen al zijn dromen uit – zo ziet hij het zelf graag. „Het is net welk verhaal je jezelf wijsmaakt”, zegt hij op een septemberochtend thuis in Badhoevedorp, nog herstellend van de operatie aan zijn blaas. Hij is dan nog van plan zijn derde theatervoorstelling Voortschrijdend Inzicht in de tweede week van januari 2020 ongewijzigd te hervatten.

Hij droomde ervan in Oranje te spelen en dat is gelukt – niet als de nieuwe Edwin van der Sar maar als rolstoelbasketballer. En hij kwam in het theater terecht, ook al zo’n langgekoesterde wens. Na een succesvol optreden bij TEDxAmsterdam in 2012 waarbij hij over zijn podiumangst heen kwam, maakte hij drie solovoorstellingen, vaak geïnspireerd door zijn Joodse grootouders; opa Sam en oma Marianne overleefden de Holocaust en leidden ondanks dat een betrekkelijk stabiel leven. Als hen dat lukte, dan hem zeker.

Voor hij ziek werd, was Marc de Hond waarschijnlijk een van de jongste miljonairs van Nederland – op papier dan. Op zijn achttiende begon hij met een compagnon een internetbedrijf, dat hij goed verkocht aan een investeerder, die de naam veranderde en het vervolgens om zeep hielp. De Hond had toen al ontslag genomen. Nadat hij bij radiozender 3FM te gast was geweest om over zijn bedrijf te praten, kreeg hij daar een opleidingsplek aangeboden. „Zo gaat dat bij mij, dingen komen op mijn pad. Een langetermijnvisie heb ik nooit gehad.”

Dat komt ook doordat hij altijd het gevoel gehad heeft jong te zullen sterven. Zijn moeder overleed op haar dertigste aan uitgezaaide borstkanker. En verdomd, zelf werd hij ziek op zijn vijfentwintigste. Toen zijn moeder de diagnose kreeg was hij anderhalf, zijn broertje Michel net een paar maanden. Als hij voor de tweede keer kanker krijgt, aan zijn blaas, is zijn eigen dochtertje Livia anderhalf en zijn zoontje James net een paar maanden. „Onze levens lopen op sommige gebieden net iets té synchroon. Een van de eerste dingen waar ik vanaf moest was de gedachte dat dat betekent dat het met mij net zo gaat aflopen.”

Hij gaat op de radio nachtprogramma’s presenteren en komt in een opleiding met radiomakers als Giel Beelen en Sander Lantinga, die ook bij 3FM hun carrière kickstarten, maar als hij in 2002 een dwarslaesie krijgt, is hij nog maar eens per week op de radio te horen. Bijna al zijn tijd steekt hij in zijn revalidatie, hij wil weer kunnen lopen. „Ik denk dat ik zonder dwarslaesie ver was gekomen met radio”.

Het is de eerste en enige keer in twee gesprekken dat Marc de Hond met een zekere weemoed terugkijkt. „Ja ik vind het zonde, ik had een leven met radio heel leuk gevonden. Maar het is zoals het is. Als ik zou willen zou ik mezelf binnen een week in de put kunnen praten. Maar uiteindelijk gaat het erom dat ik zo gelukkig en zo oud mogelijk word.”

Na zijn revalidatie komt zijn carrière via een boek (Kracht, 2008) en diverse tv-optredens (hij presenteerde De Rekenkamer, was commentator bij drie Paralympische Spelen, maakte documentaires) uit bij theater. Silvester Zwaneveld, bekend van het cabaretduo Arie en Silvester, regisseert in 2014 zijn eerste voorstelling, Scherven brengen geluk, over de dingen die hij kan juist dankzíj zijn dwarslaesie. Zwaneveld roemt „de bounce” van De Hond, zijn veerkracht. Echtgenote Remona denkt dat haar man bovengemiddeld „positief geladen” is met „stofjes” die maken dat hij zich makkelijker door moeilijkheden heen slaat. Volgens zijn vader Maurice krijgen afstammelingen van joden die concentratiekampen hebben overleefd genen mee die „fysiek en psychisch” sterk maken. „Zij die mentaal opgaven waren binnen een paar dagen dood”, zegt hij.

De tweede show die De Hond maakt heet Wie bang is krijgt ook klappen en is een verwijzing naar het motto van zijn opa Sam, die redeneerde dat het geen zin heeft om bang te zijn voor iets waarvan je toch niet weet of het komt, en in welke vorm of intensiteit. „Ik kan ervoor kiezen zo bang te zijn dat mijn tumor ooit weer terugkomt dat ik al mijn goede dagen daardoor laat beheersen, maar ik weet dat ik mijn hoofd ook de andere kant op kan programmeren. Ik heb misschien wel een functionele tunnelvisie. En het grappige is: hoe vaker ik een positief verhaal vertel, hoe waarder het wordt.”



Lees ook: De Smaak van … Marc de Hond

Niet lang nadat in december 2018 zijn derde show Voortschrijdend Inzicht in première is gegaan is het dan toch zover. Na zeventien jaar is de kanker terug. In maart 2019 ondergaat hij een zeven uur durende operatie.

Ik vroeg aan je echtgenote of er bij positieve tunnelvisie nog wel ruimte is voor angst en verdriet.

„En wat zei ze?”

Dat je makkelijker huilt dan voorheen.

„Dat klopt wel, zeker het afgelopen jaar. Mijn vader en ik hebben allebei het geluk dat we samen zijn met een gevoelige vrouw. Hij heeft nog meer dan ik last van een rationele afwijking – dat je zo rationeel kan zijn dat je daarmee je emoties bedwingt. Op de dag dat we de diagnose kregen, zijn Remona en ik met mijn vader gaan praten, omdat hij alles al eens heeft meegemaakt met het overlijden van mijn moeder. We wilden van hem weten welke dingen er goed waren gegaan destijds, en wat hij anders zou doen.”

Mijn vader en ik hebben allebei het geluk dat we samen zijn met een gevoelige vrouw.

Dat is ook net of het om een zakelijke transactie…

„…een project gaat?”

Ja, ‘project-kanker’. Je gebruikt dat woord niet voor niets.

„ Beter worden is toch ook een project? Ik wilde leren van de situatie met mijn moeder. Toen het met mijn moeder slecht ging wist mijn vader dat eerder dan zij. Dat wilden Remona en ik niet. We spraken totale openheid en eerlijkheid af. Als ik in mijn elektronische patiëntendossier zie dat een uitslag slecht is, zeg ik dat meteen. En we delen angsten. Een paar weken na de diagnose hadden we voor het eerst een gesprek over de vraag: wat nou als het niet goed komt? Ik zou er niets meer van kunnen terughalen, maar ik denk dat het een van de mooiste gesprekken was die we gehad hebben.” Plots staan tranen in zijn ogen.

Waarom weet je er niets meer van, denk je?

„Ik wilde het gevoel onthouden, de inhoud niet per se. Misschien was die ook wel te heftig.”

Zo doe je dat dus, focussen op het mooie en geen ruimte laten voor negatieve dingen.

„Ja, maar daar heb ik toch ook recht op? Een periode van ziek zijn is bovendien niet alleen maar ellende. Ik heb gigantisch genoten van de eerste keer dat ik na de operatie aan mijn blaas weer naar buiten kon. Evengoed hangt bij alle plannen die ik maak boven mijn hoofd dat het wel heel mooi zou zijn als ik ze nog kan waarmaken.”

Hij leeft nu in cycli van drie maanden, van CT-scan naar CT-scan. De dag van de uitslag is het moeilijkst. „Ik ben altijd één slechte scan verwijderd van… Het blijft zo dat je een dokterskamertje binnenloopt en te horen kan krijgen: ‘tot over drie maanden’, of ‘sorry, maar u heeft nog drie maanden’. Bij blaaskanker geldt dat 65 procent binnen vijf jaar omvalt. Dat zijn geen beste statistieken. Maar ze zijn gebaseerd op oudere mensen, ik ben jong ziek geworden. Dat kan in mijn voordeel zijn.”

Hij zou graag nog meer televisie willen maken, vindt het belangrijk zijn verhaal met zoveel mogelijk mensen te delen, omdat wat hem is gebeurd dan niet voor niets is geweest. Maar er is nog een hoger doel. „Ik erger me eraan dat mensen met een handicap bijna altijd op tv te zien zijn om over hun handicap te praten, niet vanwege hun talent. We moeten aan hen gaan wennen, het zijn normale mensen. Dan verandert de beeldvorming.”

In zijn derde voorstelling, die hij begin 2018 schreef maar amper speelde, is klimaatverandering een belangrijk onderwerp. Ter voorbereiding sprak hij een deltacommissaris en leerde dat de zee maar een klein stukje hoeft te stijgen om te maken dat we geen landbouw en geen drinkwater meer hebben. „We realiseren ons niet dat wij de vluchtelingen van over honderd jaar zijn.” Met een cynische glimlach: „Op zich niet mijn probleem, met mijn gemiddelde levensverwachting. Ik doe dit voor jullie, hoor.”

Maar de voorbije maanden verdween voor hem de urgentie om het in de theaters over klimaatverandering te hebben. Toen hij laatst optrad voor een groep mensen met kanker en hoorde dat een vrouw alvast verjaardagskaarten had geschreven voor als ze er niet meer zou zijn, wist hij dat hij ook zo’n soort „verzekeringsoptie” voor zijn kinderen wilde maken. „Het zou een fijn idee zijn als ik iets heb gemaakt waarin ik voor hen kan voortleven.” De voorstelling die hij zou hervatten, gooide hij weg. In plaats daarvan laat hij zich de komende drie maanden in 29 theaters een uur interviewen door bekende mediamensen over een vooraf bepaald thema in zijn leven. Zijn vriend Luuk Ikink doet mee, die ooit bij hem op de radio begon als stagiair. En Barbara Barend, bij wie hij op school zat. Met Kefah Allush, presentator van tv-programma De kist, gaat hij voor de tweede keer een gesprek over de dood voeren. Ook Eva Jinek heeft toegezegd, net als Gordon en Paul de Leeuw.

Hij neemt het op en monteert het voor Livia en James, voor als hij er niet meer is.

Speelt mee dat je van je eigen moeder slechts een geluidsopname hebt?

„Een audioboodschap vond ik al heel wat, die was me enorm dierbaar. Maar liever had ik gehad dat er een overdosis van mijn moeder was geweest, dan was ik niet uitgekeken geraakt.”

Het is intiem, zo voor een publiek, terwijl het in feite voor je kinderen bedoeld is.

„Met publiek kom ik het best tot mijn recht, ben ik het scherpst, vertel ik het minst wollig. Dan spreek ik met een begin, eind, en een punchline.”

Is het dan nog wel persoonlijk genoeg?

„Dat is de vraag. Het zou kunnen dat ik een antwoord op een vraag zo persoonlijk vind dat ik dat mijn kinderen wel wil vertellen maar het publiek niet.”



Lees ook: ‘Geef gehandicapten ook een rol in een soap of talkshow’

Geef je dan geen antwoord?

„Ik heb tegelijk ook weer niet zo veel om me voor te schamen. Het doel is om mijn kinderen te vertellen hoe ik met bepaalde dingen ben omgegaan, zodat ze daar iets uit kunnen halen. Hoe klungelig ik was met mijn eerste vriendinnetje, bijvoorbeeld. Dat is een hartstikke leuk verhaal. Ik ben met haar gaan bijhouden hoe vaak we seks hadden gehad. Bij 89 keer was ik inmiddels niet zo verliefd meer, maar ik wilde er een mooi rond getal van maken voor ik het uit zou maken. Dat kan natuurlijk echt niet, maar zo’n prutser was ik dus.”

Voorbereiding is lastig met dit idee. Spannend.

„Het kan zijn dat er dingen worden verteld die dan mooi op band staan maar waarvan het publiek even tien minuten lang denkt: waar zit ik nou naar te luisteren? Dat is de gok die ik neem, het is een experiment. Dit is het grootste marathoninterview dat er ooit geweest is. Ik weet ook niet of ik me alles op eigen kracht kan herinneren. Daarom heb ik er een special guest aan toegevoegd: elke avond komt er iemand uit mijn verleden, die past bij het thema dat we kiezen. De bondscoach rolstoelbasketbal, een ex-vriendin, mijn keeperstrainer. Er gaan verhalen bovenkomen die ik zonder hen vergeten zou zijn.”

Zie je tegen een van de avonden op?

„Nee, dan had ik het niet gedaan.”

Kan het gebeuren dat je tien minuten lang in tranen bent?

„Dat had gekund als de dingen verser waren geweest. Voor de toer zou het niet handig zijn als ik tussendoor een slechte CT-scan krijg. Ik denk namelijk niet dat theater geschikt is voor onverwerkte emoties. Maar die zijn er op dit moment niet.”

Hij gaat zijn avonden beginnen met een monoloog van een kwartier, over dingen die hij het afgelopen jaar heeft meegemaakt. Voor een deel put hij uit de grappen die hij afgelopen zomer in het Amsterdamse comedycafé Toomler maakte, fysiek toen nog een stuk zwakker dan nu, maar hij miste het podium zo. Grappen als: „Vroeger was je een held als je kanker overleefde, nu moet je eerst nog een Elfstedentocht zwemmen.”

Na afloop van de avond in Toomler kwam collega-cabaretier Peter Pannekoek naar hem toe. „Mensen willen wel lachen,” zei hij, „maar ze weten niet of dat mag bij kanker. Je moet ze toestemming geven.” Toen bouwde hij een grapje in waarmee hij de zaal uitlegt dat er in het leven soms nare dingen gebeuren – „kanker, de Holocaust, klimaatverandering, Thierry Baudet” – waar je geen invloed op hebt, en dat het voor hem belangrijk is te ridiculiseren, van iets zwaars iets lichts te maken. „Zo krijg ik het uit mijn systeem”, zegt hij, een week voor hij de theaters weer in gaat. „Dat is het enige wat ik kan doen.”

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


NRC Handelsblad
van 11 januari 2020

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


nrc.next
van 11 januari 2020

Lees meer over hoe CBD Olie kan helpen met uw hond op MHBioShop.com

 

Lees Meer